Ontwerpers
van De Bouwkeet:
Miriam van der Lubbe en Niels van Eijk
Geschreven door Ingeborg
de Roode
Waarom koos het museum Miriam
van der Lubbe en Niels van Eijk als ontwerpers voor ‘De Bouwkeet’,
het verplaatsbare object dat een centrale plaats in het project ’Stedelijk
in de Stad’ zal innemen? Omdat het veelzijdige, inventieve, kritische
ontwerpers zijn. En omdat ze nog nooit zoiets als dit hadden gedaan. We
wilden iets anders, iets niet voorspelbaars.
Miriam van der Lubbe (1972)
en Niels van Eijk (1970) werden als productontwerpers opgeleid aan de
Design Academy in Eindhoven. Niels werd bekend met de Cow Chair (1997),
een afstudeerproject, en de Bobbin Lace Lamp (2002). Zijn interesse voor
materialen en technieken en hoe die op een onorthodoxe wijze gebruikt
kunnen worden, was meteen duidelijk. In het eerste geval gaat het om een
koeienhuid die nat om een mal wordt gevormd, gedroogd en dan zelfdragend
blijkt te zijn. De lamp is geknoopt van glasvezelkabeltjes die expres
worden ‘gebroken’ zodat vanuit elke breuk licht de ruimte
in stroomt.
Nederlandse ontwerpers zijn gek op dit soort onorthodoxe toepassingen
waarin high-tech en low-tech elementen worden gecombineerd.
Miriam viel op met Me and My Beretta (1999), een leren schoudertasje in
de vorm van een pistool, het Theeservies (2000), een hotelservies van
Mosa, dat ‘koffievlekken’ van goudlusterglazuur vertoont en
de Poedelstoel (2002) die je kunt ‘trimmen’. Ook deze producten
sluiten aan bij de jonge Nederlandse vormgevingstraditie waarin de kijker
of gebruiker vaak even op het verkeerde been wordt gezet. Van der Lubbe
geeft hier ironisch commentaar op de (on)veiligheid van dames en hun tas,
op het streven naar perfectie van de porseleinfabrikant en op het fenomeen
van het persoonlijk maken van producten (customization).
Sinds Van Eijk en Van der Lubbe in 1998 samen een studio runnen, werken
ze ook aan projecten waarin hun verschillende kwaliteiten gebundeld worden.
Spraakmakend was de presentatie ‘Underdogma’ tijdens de Milanese
Salone Internazionale del Mobile, de belangrijkste meubel- en vormgevingsbeurs
ter wereld, in 2004. Ze kaartten dogma’s in de vormgeving aan met
prikkelende ontwerpen als slofjes van mollenbont (Niels: ‘de meeste
mensen hebben er geen probleem mee als je mollen die je tuin ruïneren
doodt, maar als je er sloffen van gaat maken, dan kan dat opeens niet’),
een kinderstoel die op een elektrische stoel lijkt en een kachel van onbrandbaar
textiel.
‘Onze ontwerpen roepen vragen op’ zijn de eerste woorden van
het statement op hun website www.ons-adres.nl. Met deze ontwerphouding
sluiten ze naadloos aan bij de conceptuele vormgeving waarmee Nederland
sinds de jaren negentig internationale faam heeft vergaard. Ze werken
af en toe met Droog Design, het platform dat bijna als synoniem voor deze
stroming geldt. Een paar jaar geleden ontwierpen ze de tentoonstelling
‘Value for Money’ voor Droog in Milaan en recentelijk is de
tafel Godogan voor het Droog-project ‘Smart Deco’ ontworpen.
De tafel wordt in Indonesië gemaakt van notenhout. Eerst wordt een
scène uit een Indonesisch sprookje met behulp van lasercutting
in het hout aangebracht, daarna wordt een deel ervan verder met de hand
uitgesneden. De hoge ambachtelijke kwaliteit die hiervoor vereist is,
is in het westen vrijwel niet te vinden; het lage lonenland is in dit
geval juist vanwege de kwaliteit gekozen.
Ondanks het feit dat de werkwijze van Van Eijk en Van der Lubbe aansluit
bij verschillende ontwikkelingen die zich de laatste decennia in de Nederlandse
vormgeving (het ‘Dutch Design’) hebben voorgedaan, hebben
ze toch een opvallend eigenzinnige positie weten te bewaren. Al snel waren
ze niet uitsluitend afhankelijk van de aandacht uit de culturele sector
voor hun meer conceptuele werk, wat voor veel ontwerpers lange tijd gold.
Ze ontwierpen ook tentoonstellingen, de eerste voor het Europees Keramisch
Werkcentrum in 2001, recentelijk onder meer voor meubelfabrikant Van Esch
en voor Fortis. Iets later kwamen er interieurs bij: voor woningen, kantoren,
een ziekenhuis. Momenteel werken ze aan een grote opdracht op dit terrein:
de renovatie van het interieur van het Philips Muziekcentrum in Eindhoven.
Ook andere opdrachtgevers – zoals Habitat die hun klok Tiktak verkoopt,
niet het minste bedrijf – weten het duo al jaren te vinden.
Met hun werk voor het Bloemenbureau Holland breidden ze hun werkterrein
nog verder uit. Ze kwamen met het bureau in contact toen ze in 2005 voor
meubelfabrikant Moooi een enorme plantenwand ontwierpen waarin een parafrasering
van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci te herkennen was. Het
jaar daarna werden ze ingehuurd om de Nederlandse bloemen- en plantensector
tijdens de meubelbeurs in Milaan te promoten. Ze creëerden een zes
dagen durende performance met adembenemende wandelende bloemenkostuums.
Maar Van Eijk en Van der Lubbe ontwierpen ook stapelbare plantenbakken
en de vazen Bloom my Buddy in de vorm van een mens die je als het ware
met bloemen kunt ‘aankleden’. Met deze ontwerpen kunnen geheel
nieuwe beelden worden gecreëerd.
Vanwege dit hele scala aan
activiteiten (inventief en met een hoog realiteitsgehalte) vroeg het Stedelijk
Museum Van Eijk en Van der Lubbe voor het ontwerp van het verplaatsbare
object, ‘De Bouwkeet’. In het begin werden alle mogelijkheden
opengehouden: een boot, een vrachtwagen, een tram, caravans, een tent.
Het werd uiteindelijk een uitschuifbaar, uitklapbaar en verplaatsbaar
ding. Gesloten is het een doos van donker, ruw hout, met één
glanzend vlak – wat daarachter zit, blijft aan de buitenzijde geheim.
Als de luiken en deuren geopend zijn en de bar is uitgeschoven, dan is
het een uitnodigend gebouwtje, met spiegelende oppervlakken aan binnen-
en buitenzijde, waaraan de bezoekers en de buitenwereld kleur en betekenis
geven. In het ontwerpproces was het beeld van de mossel, die geopend moet
worden alvorens zijn waardevolle inhoud prijs te geven, een belangrijke
referentie. Misschien voelt de bezoeker zich aanvankelijk even op het
verkeerde been gezet, want er wordt geen kunst tentoongesteld in deze
museale Bouwkeet. In de multifunctionele ruimte is de bar, die achter
het mysterieuze aan de buitenzijde glanzende oppervlak zit, het centrale
punt. Hier gaat het om communicatie, om het uitwisselen van ideeën,
het stellen van vragen en om het gezamenlijk ondernemen van activiteiten:
altijd belangrijk in het museum, maar het komende jaar hét belangrijkste.
Het ontwerp van Van Eijk en Van der Lubbe gaat het museum daarbij helpen.
Geschreven door Ingeborg de
Roode
|